
Iedere ochtend start ik mijn dag met het bestuderen van de Schriften en daarna schrijf ik minimaal een half uur over zaken die spontaan in mijn hoofd komen. Eerst schrijf ik in mijn dagboek over wat ik bestudeerd heb en mijn gevoelens omtrent mijn ontdekkingen. Vervolgens pak ik pen en papier (op de ouderwetse manier) en dan schrijf ik, zoals ik in schrijverstaal zou uitdrukken ‘wat er in mijn hart gedicteerd wordt’.
Hoewel ik vanmorgen over heel persoonlijke zaken schreef, heb ik bedacht het toch met u, met jou, te delen.
De vraag die zich, al schrijvende aan mij ‘openbaarde’ was de vraag: ‘Wat is nu jouw grootste gift aan anderen?’
Het eerste dat naar boven kwam (zonder dat ik echt nagedacht had) was ‘liefde’. Onmiddellijk werd mijn kleine saboteur, die op mijn rechterschouder zat te dutten, wakker en fluisterde in mijn oor: ‘O ja? Heb je werkelijk zoveel liefde voor iedereen? IEDEREEN – zei je toch? Ben je wel eerlijk tegen jezelf als je dit zegt?’ En dan moet ik inderdaad toegeven dat ik niet, per definitie van iedereen houd, zoals ik het misschien wel zou willen.
Wel is het een feit dat ik (en laat ik nu voorzichtig zijn – die kleine saboteur is vreselijk alert)…. dat ik veel mensen kan nemen zoals ze zijn. Ik probeer altijd wel naar de positieve kanten, de kwetsbare zijden te kijken van mijn medemens. Ik ga ervan uit dat de intentie van mensen, hoe dan ook, goed is. Wat niet wil zeggen, dat ik mijn ogen sluit voor handelingen van mensen. Deze kan ik niet altijd even goed waarderen.
Het helpt mij om naar het goede van mensen te kijken en hen te zien als mijn gelijke, sterker nog, als een uniek wezen, als een broer of zus. Nu bijvoorbeeld, mijn kinderen volwassen zijn, zie ik hen als gelijkwaardig. Ik besef dat ik uit hoofde van mijn ‘functie’ (moederschap) een leidersrol speel, maar die rol meet ik me alleen aan als daar vraag naar is. Verbaal of non-verbaal.
Niet alleen liefde is een gift. Als ik meer denk aan evangelische maatstaven, dan gaat het natuurlijk helemaal niet om mijn talenten of om mijn gaven. Dan praat ik liever over een andere gift die ik mensen zou willen bieden en dat is de sleutel van de gift van het eeuwige leven. De sleutel van tempelverbonden… de mogelijkheid om voor eeuwig en eeuwig met je geliefden samen te kunnen zijn. Een grote familie zijn. Misschien is dat wel de grootste gift die ik een ander zou willen bieden.
De vraag is waarom ik die sleutel dan niet meer uitdeel aan anderen? Mogelijk heeft dat te maken met het feit dat ik niet vaak gelegenheden zie, dan wel krijg om dit te doen. De ontvanger moet het natuurlijk ook willen ontvangen… Het zou mij gelukkig maken om meer en meer mensen gelukkig en ‘at peace’ te zien. Vooral in deze tijd van stress en recessie.
De vraag ‘wat mijn grootste gift aan anderen is’ laat mij dieper afdalen in mijn binnenste. Uit het antwoord zal blijken hoe goed ik mezelf ken. Welke talenten en gaven heb ik eigenlijk?
Als ik denk aan mijn opleiding – de response op mijn reflectieverslag, waarin gezegd wordt dat ik een natuurlijke belangstelling heb voor mensen, dan besef ik tegelijkertijd dat ik deze gave, in de afgelopen jaren, lang onder de korenmaat verstopt had, vanwege geestelijke kneuzingen die een mens in zijn leven kan oplopen. Maar nu ik besef welk effect het gebruik van deze gave heeft op andere mensen, wil ik opnieuw leren deze gave in te zetten.
Vervolgens denk ik aan empathisch vermogen – een gave zo verfijnd, dat het in sommige gevallen letterlijk (lichamelijke) pijnen veroorzaakt. Echter zoals een menner een voertuig, voortgetrokken door zes paarden, kan leren beheersen, zo kan ik leren om mijn emoties te ‘mennen’. Dat zal mij helpen om empathie te kunnen hebben, zonder dat het mij ‘leeg zuigt’.
Daarnaast denk ik aan de gave van geduld, vooral met betrekking tot onderwijs. Ik ben in staat om mensen, jong en oud, zaken te leren met een enorm geduld.
Ik denk aan schrijven. Ik hoop stilletjes dat mensen iets hebben aan mijn woorden. Ik hoop dat ik schrijven onder de noemer talenten mag voegen. Ik ben er zelf nog niet zo verzekerd van, maar wie weet, de toekomst zal dit uitwijzen.
Waar ik nog niet met volle overtuiging over kan spreken, maar wat ik wel heel graag zou willen, is dat ik, Annelies, een gift mag zijn voor anderen. Het voelt nog niet zo duidelijk, maar ik hoop er wel naar toe te groeien. Ik zou willen dat mijn leven, als ik later terug kijk, zinvol is geweest. Niet alleen voor mezelf, maar vooral voor anderen. Ik wil graag tevreden naar de andere zijde stappen. Ik wil kunnen zien dat ik bijgedragen heb, in plaats van te zien dat ik alleen maar genomen en gebruikt heb.
Maar goed, ik besef dat niet iedereen een naam als moeder Theresa kan hebben, of een naam als Ghandi of Nelson Mandela. Maar weet je, ik volsta met namen als mama, mijn vrouw, vriendin, zus, tante, nicht, collega of buurvrouw. Of beter gezegd: Ik volsta met de naam Annelies als deze met een glimlach of glanzende ogen zal worden uitgesproken. Dan zal ik weten dat mijn doel, hier op deze aarde, bereikt is.